Lorem ipsum a généré 47 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
geheel geen kniezer, altijd vroolijk gestemd en de vroolijkheid beminnende maar hij scheen er een genoegen in te vinden, zijnen vrienden kleine grieven aan te doen, en niet alleen zijnen vrienden, maar in het algemeen de onschuldigste menschen van de wereld.
drukt zich niet meer uit.De leeuw stierf in den leeuw de tijger is dood in den tijger.Uwe teekening zou zijn als een portret naar een lijk ontworpen.Gij kunt even zoo goed een petit-maître onzer eeuw tot model voor een zijner Germaansche vaderen stellen, of een mummie afbeelden, en zeggen zoo is een Egyptenaar Nauwelijks kunt gij hunne vormen, hunne omtrekken, hunne evenredigheden zien of berekenen onder de slagschaduwen dezer vierkante kooien.
Wandelt de natuuronderzoeker voort, dan ziet hij in t voorbijgaan eerst nog een dergelijken troep, die zich in den aanblik van het Paviljoen verlustigt, en waarvan al de individu s, om zich te overtuigen dat het geen droom is, zich met beide handen aan de spijlen van het hek vastklemmen, zich bij geen mogelijkheid kunnende verklaren wat voor aardigheid of vroolijkheid er wezen mag in de groep van Laokoön, maar op dit punt overeenkomende, dat de W in het frontispice Wullem beduidt.
logement op den hoek zit een Zaandamsche familie, gisteren aangekomen, al de mannen zeer lang, en in een volmaakt pak blauwe kleederen uitgedost, met zwarte dassen en witte onderdassen de vrouwen met de nationale kap, en zwarte tanden.Zij drinken reeds koffie, en laten zich van den kastelein, die de vrijheid neemt van in de deur te blijven staan, omtrent vele wetenswaardige dingen onderrichten.
Ontziet als iets heiligs het levensgenot uwer kinderen.Zij moeten allen schoolgaan dat is een natuurwet, zoo zeker als die volgens welke zij allen ingeënt, wij allen sterven moeten maar even gelijk wij, naar den gewonen loop der dingen, niet sterven moeten op ons achttiende jaar, wilde ik ook niet dat hun de school overviel vóór hun achtste.
lezen er ook niet meer, tot onze schrikbarende verveling, de Haarlemmer Courant, van A Z. Zijn wij daarom later minder goede politici Wij zitten er ook in een goed ruim lokaal, zoo hoog en zoo luchtig, dat het er somtijds aan de beenen tocht wij hebben er niet zelden het uitzicht op een bleekveld met een appelboom, of op een binnenplaats met een bestekamer.
nooit een leeuw gezien gij stelt u iets majestueus voor een ideaal van kracht, grootheid, waardigheid en moed een wezen geheel woede, maar bedwongen door zelfbeheersching, voor zoo lang het verkiest den koning der dieren.Welnu verplaatsen wij ons met onze verbeelding in de woestijn van Barbarije Het is nacht het is het kwade seizoen.
moeite niet bleek te worden de koning zal u wèl ontvangen.Maar voorzichtig stoot u niet aan dezen wat is het een reiskoffer Vergeef mij, het is een ecrin vol slangen arme reuzeslangen Hierheen Pas op die lamp druipt Stap over dien emmer, vischvijver van den pelikaan, badkuip des ijsbeers Wij zijn er.
gingen Houtwaarts.Het was ruim één ure.Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd.De nachtegalen komen in t voorjaar, de vinken en lijsters in t najaar de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht.Zoo is het ook met de menschensoorten.
gegeven, maar nu rustig in Den Hout een sigaar zittende te rooken ontdekt hij te midden zijner overpeinzingen een kleinen winkelhaak in zijn pantalon, vlak bij de knie.Hij had het zoo haast niet gezien of hij wierp er met veel handigheid zijn zijden zakdoek over, maar te laat om de aanmerking van Nurks te ontgaan, die juist op dit zelfde oogenblik tot ons zei Ik mag wel zoo n maneschijntje.
zielen er in samensmolten.Ik beloofde mijnen medischen student wiens naam omdat hij bang voor recensenten-hatelijkheden is, ik heb moeten beloven te zullen verzwijgen, en wien ik daarom voor t gemak Boerhave zal noemen ik beloofde mijnen medischen student, behalve de schatten van de Breezaap, ook nog bloeiende exemplaren van Aristolochia Clematitis, op den weg tusschen Zomerzorg en Velzerend en, daar hij ook eene verzameling van conchiliën er op nahield, stond hij in lichterlaaie verrukking, toen ik hem verzekerde dat op de hoogte der Blauwe Trappen de wijngaardslakken over uw laarzen 22 kruipen of t zoo niets is.
Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.
tandmeester moest komen.Hij kwam, niet waar de ijselijke man Hij had voor u de verschrikkingen eens scherprechters.Hij veinsde maar effen naar uw tand te voelen hij trok er hem verraderlijk uit.Ondertusschen was deze slinksche streek voor u een weldaad, die voor alle volgende keeren verkeken was.
hoewel een aardigheid te zeggen het alleruitmuntendste zou zijn, en er een schat van aardigheden mogelijk is, zoo is het evenwel bijzonder opmerkelijk, hoe weinig men er dikwijls op zulk een oogenblik bij de hand heeft.Zoodat de critische hoedeninspecteur gewoonlijk de voldoening heeft eene kleine verlegenheid te weeg te zien gebracht, welke hij met demonischen wellust geniet.
kwade kant van den edelen groei, dat hij bij de individuen verschilt, en zelfs zóó, dat bij sommige tegen het geprezene grootworden, het verwijtende kleinblijven o verstaat.Nu is het niet pleizierig, ieder keer als men een boodschap van papa of mama komt doen, of bij Lodewijk of Doortje spelen komt, altijd door mijnheer of mevrouw, of de juffrouw, of de meid somtijds, tegen Lodewijks of Doortjes rug gezet te worden, om met de ververschte overtuiging dat men een hoofd of een half hoofd kleiner en een ware peulschil is, naar huis te gaan.
heraut, met den geschilden wilgetak in de hand, noodigt u uit.Zijne majesteit geeft audiëntie.Zijne majesteit is voor geld te kijk.Zijner majesteit staatsdame licht het behangsel op.Gij zijt in zijner majesteit onmiddellijke 15 tegenwoordigheid.
kinderen der woestijn zouden hunne broederen, zoo zij ze hier zagen, verachten en verloochenen.Berg dat zilveren potlood, steek die portefeuille op, gij teekenaar Maak hier geene schetsen.Gij hebt geene wilde dieren voor het zijn 16 er slechts de vervallen overblijfsels van zij zijn naar ziel en lichaam gekraakt.
wandelt een gele barouchette en een blauwen char-à-bancs voorbij, die hij onder t geboomte uitgespannen ziet, als ware t om menigeen van huns gelijken derwaarts te lokken.Hier is alles nog doodstil. t Is een liefelijke morgen.Een enkel heer met een grijzen paardenharen Saksen-Weimar, bruinen rok, grijze zomerbroek, Engelsche spikkelkousen, lage schoenen en een tenger, hoogstfatsoenlijk uiterlijk, zit aan een der houten marmeren tafeltjes van het Wapen van Amsterdam voor de deur, zeer op zijn gemak een boek te lezen.
verschijnsel, dat ik eenvoudig toeschrijf aan de veelheid der inwoners van die hoofdstad.Ik had er voor een paar jaren nog een verren neef.Waar hij nu is, weet ik niet.Ik geloof dat hij naar de West gegaan is.Misschien heeft de een of ander van mijne lezers hem wel brieven meegegeven.
menagerie o Gij, heeren der schepping ik weet niet of gij in de 19de eeuw onzer jaartelling, en zoo ver van het paradijs, dien naam nog verdient.maar gij hoort hem zoo gaarne, en zijt er zoo hoovaardig op o gij, heeren der schepping laat u gelden in het 18 dierenrijk, laat u gelden bij al wat slagtanden, klauwen, hoeven en horens heeft.
aankondigden de komst der notarissen, der fabrikanten, der boekverkoopers, der doctoren, der apothekers, der bloemisten, der zusters en broers enz., die nog achter ons waren. Wat zien uw stadgenooten er over t algemeen peu fashionable uit zei Nurks, met dien bijzonderen lach, die de Engelschen a sneer noemen, een zeer druk en aangenaam gesprek afbrekende en oogenblikkelijk weer opvattende, om mij het antwoorden te beletten.
verbeeld mij nog al onder de vlijtigste behoord te hebben maar toch, wanneer mijn vader of moeder mij de eer aandeed van aan mijn ooms en tantes te vertellen dat ik altijd blij was als de vacantie uit was, kwam mijn gansche gemoed tegen dat edel denkbeeld dat mij ondertusschen vrij dweepachtig voorkwam op, en ik heb jaren noodig gehad om zekere angstige schuwheid voor mijn respectieve meesters te leeren overwinnen.
menschen, die altijd den mond van hun geluk vol hebben, heb er ik wel eens op aangezien of zij ook naar een autoriteit zochten die, na gehoord verslag, hun zou verklaren dat zij gelukkig zijn, iets waarvan zij zelf tot nog toe zoo heel overtuigd niet waren.
UEd.wat UEd.van uw lief Fransje maakt 1.een gluiper 2.een klikspaan 3.een geniepigerd 4.een bloodaard 5 Och lieve mevrouw geef den jongen een andere pet, een broek met diepe zakken, en ferme rijglaarzen, en laat hij mij nooit onder de oogen komen zonder een buil of een schram, hij zal een groot man worden.
v.dat de oudste de wijste zijn moeten.Ik spreek van al die rampen niet, want mijn stuk is reeds veel te lang.Mocht het maar sommige mijner lezers bewegen, om nog kiescher te worden omtrent de jonge harten der kleinen en nog oplettender om hun kleine verdrieten te sparen en groote genoegens onbeknibbeld te laten genieten.
gebeurde alzoo dat, als wij drieën om één uur de Houtpoort uittraden, wij noodwendig op hun terugtocht tegenkwamen de kleine winkeliers met de lange roksmouwen, de boekhouders met de watten, de hooghoedigen, de langpandigen, de langlijvigen enz.
Inderdaad, natuur en rede geven deze hoop aan de hand.De ondervinding leert het echter meestal anders.Op den zevenden dag het was een zondag uw kleine theegoedje stond klaar op uw kleine tafeltje en uwe stoeltjes stonden er bij klaar met twee poppen de nieuwste voor u, en de oudste voor uw nichtje Keetje, die bij u te spelen kwam en s avonds zoudt ge een tulbandje bakken van gestampte beschuit en melk en een boterham met aardbeien zou alles bekronen.
wèl.Maar misbruikt uwe kracht niet.Spot niet, kwelt niet, vernedert niet, dooft niet uit.Geen gevangenhuis, geen tuchtcel, geen schavot, geen kaak, geen draaikooi, geen beesten-spel.Ja, een spel is het, een afschuwelijk wreed spel.Moet gij een spel hebben herstelt het molmend coliséum tot een worstelperk, en hebt ten minste de grootmoedigheid, uw gelijken met hen ten kamp te doen treden.
Vermaakt u zoo gij nog niet genoeg hebt van barbaarsche vermaken met hunne krachten, met hun moed, met hun heldeneinde niet met hunne slavernij, niet met hunne ontaarding, niet met hun heimwee, niet met hun teringdood.Onbegrijpelijk veel menschen hebben familiebetrekkingen, vrienden of kennissen te Amsterdam.
spreek niet van het naloopen met hoeden en petten, en van het verschil van gevoelen omtrent het weder, dat tusschen ouders en kinderen dikwijls aanmerkelijk kan uiteenloopen.Ik spreek niet van sommige barbaarsche instellingen, als daar is dat de jongere de kleederen van de oudere moeten afdragen, waardoor het vierde zoontjen een buisje draagt van de kraagjas van mijnheer zijn oudsten broeder van welke kraagjas de beide tusschenbroers respectievelijk een jasje met één kraag en een jas zonder kraag gehad hebben noch van ellendige spreekwoorden, als orakelen door de ouders aangevoerd, en als verachtelijke paradoxen en sophisterijen door het kroost verwenscht, als b.
Hollandsche jongen maar vooraf moet ik u zeggen, mevrouw dat ik niet spreek van uw bleekneuzig eenig zoontje, met blauwe kringen onder de oogen want met al het wonderbaarlijke van zijn vroege ontwikkeling, acht ik hem geen zier.Vooreerst gij maakt te veel werk van zijn haar, dat gij volstrekt wilt laten krullen en ten andere gij zijt te sentimenteel in het kiezen van zijn pet, die alleen geschikt is om voor oom en tante te worden afgenomen, maar volstrekt hinderlijk en onverdragelijk bij het oplaten van vliegers en het spelen van krijgertje, twee lieve spelen, mevrouw, die UEd.
M.den koning wilden gehouden hebben. Is dat een rok van je vader vroeg Nurks grappig aan den jongen, die hem zijn limonade bracht, en zich zeker niet zeer bekrompen in dat kleedingstuk bewoog. Ik heb geen vader, zei de arme jongen, en het ging mij door de ziel.
alles antwoord ik u ik haat het beestenspel en ik zal u de reden van mijn afgrijzen uiteenzetten.Een beestenspel Weet gij wat het is Eene verzameling, zegt gij, van voorwerpen van natuurlijke geschiedenis, even belangrijk voor den dierkundigen Als voor den beestenvrind, wilt gij zeggen Neen, als voor ieder mensch, die er belang in stelt zijn medeschepselen op dit wijde wereldrond te kennen.
zoudt gij dan het eigenaardige van hunne houding kunnen raden Ze zijn hier als planten in een kelder zij verkwijnen zij zijn in een droevigen staat van ongevoel, een naren dommel verzonken.Zij sterven sinds maanden.Het licht hindert hen.Zij zien er dom, verstompt uit.
tegen die rekenboeken Maar het kwaadwilligst en het onbillijkst van diezelfde uitvinding is, dat zij u op alle mogelijke manieren sarren en in uw zwak tasten.Daar zit gij sedert klokke halftien op school, bij mooi weer, in de maand Mei, als het groen jong is gelijk gijzelf en, wat meer is, als de plassen opgedroogd zijn, zoodat het heerlijk weer is om te knikkeren.
herinner mij nog slechts twee onaangenaamheden, die Nurks mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich ook alleen bij het physionomisch hatelijke bepaalden.De eene was deze.Wij spraken over de ongelukken, die men met zwemmen kan krijgen.
voorste zat zoo vast als een muur.Zes dagen lang verborgt gij uw leed somtijds vergat gij het maar zesmaal daags, midden onder uw spel, bij het genot van de lekkerste krakeling, onder t bewerken van de zoetste ulevel daar stond weer eensklaps voor uw oog, die akelige, allerakeligste dubbelheid Uw eenige troost was, dat de voorman vanzelf wel wat losser zou worden.
geloof niet dat het denkbeeld daarvan ooit onder eenig blond of bruin kinderhaar is opgekomen.Neen, neen de school is zoo goed als zij zijn kan.De school wordt, naar de nieuwste verordeningen, zoo aangenaam en dragelijk mogelijk gemaakt.Maar hare genoegens zijn ten hoogste negatief.
schuldeischers geplaagd ondervindt iets van het leed van een kind met meesters aangehaald.Nu, onze goede Hölty zelf kan niet nalaten aan t eind van zijn versje daarmede te dreigen.Daarom wilde ik u verzoeken heb deernis met het lot uwer telgen.
Zomerzorg en de Breezaap heen en hij werkelijk daar was, nam ik er den besten kant van en ik had hem toch ook in zoo lang niet gezien. Best, jongen mijnheer, je dienaar Jongens, wat is me dat end van de Amsterdamsche poort weer tegengevallen Mijnheer moet anders aan lange enden gewoon zijn, merkte Boerhave aan, ik geloof om zijn aardrijkskundige kennis van de hoofdstad te toonen.
dichtertjes geweest zijn van zeven, acht, of negen jaar, die hun actueel geluk zoo onvoorwaardelijk hebben geprezen.En toch dezulken waren er de naaste toe.Toen ik op de Hollandsche school ging, maakten wij in de hoogste klasse, bestaande uit heeren van negen tot tien jaar, allen des woensdag-voormiddags een opstel, soms over een gegeven, soms over een door onszelven gekozen en uitgedacht onderwerp.
niemand van mijne lezers mij daarom verachten zal, naar de gewoonte van vele menschen, die aan de waarde en het gehalte van genoegens twijfelen, die zij niet in staat zijn te beoordeelen.Mijn neef Nurks behoorde tot dezulken.Het opgemelde plan was met groote opgewondenheid en wederzijdsche goedkeuring gemaakt.
regenschermen.De wijfjes zijn wit.Zij houden haar opperkleed op, zoo dikwijls ze over een droppel water stappen, en dragen t geheel opgesteld als er wezenlijk plassen liggen van den regen van zaterdag.Zij eten gestadig uit haar zak sommigen in den zwerm hebben daarenboven nog een toegeknoopte kinderluur met mondkost bij zich.
Rampen, die benauwen, kwellen en schokken, en die niet zelden een grooten en hevigen invloed hebben op de vorming van het karakter.De eerste en grootste hebben wij al gehad.Het is, met verlof van Pestalozzi en Prinsen, de school.Dat is een kanker een dagelijks weerkeerend verdriet.
morgen, na ochtendkerktijd, bij mij komen, en s avonds met den wagen van achten weer vertrekken.De uren daartusschen zouden wij aan de vriendschap en het genoegen offeren. Ondertusschen had ik plan gemaakt voor eene andere vriendschap en een ander genoegen.
Gegroet, gegroet, gij vroolijke en gezonde, lustige en stevige knapen gegroet, gegroet, gij speelsche en blozende hoop des vaderlands Mijn hart gaat open als ik u zie, in uwe vreugde, in uw spel, in uw uitgelatenheid in uw eenvoudigheid in uw vermetelen moed.
bloemliefhebber kreeg een kleur als een Cactus Speciosa, om welke te verbergen hij in verwarring naar zijn zakdoek greep om zijn neus te snuiten, zoodat de maan weer plotseling door de wolken brak, tot groote vroolijkheid van een gezelschap Amsterdamsche juffrouwen en heeren uit een manufactuur-winkel, dien zich op dien merkwaardigen dag op zijn minst voor staatjufferen en kamerheeren van Z.