Générateur néerlandais de faux textes aléatoires

Lorem ipsum a généré 43 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.

Le faux texte a bien été copié

mannetjes zijn blauw of zwart geteekend en hebben sliknatte, fijngekrulde bakkebaarden.Ze zijn voorzien van lange Goudsche pijpen, waaruit ze òf rooken, òf die ze losjes bij den kop tusschen de vingers houden en zoo, met den steel naar beneden, onverschillig laten slingeren.

moeite niet bleek te worden de koning zal u wèl ontvangen.Maar voorzichtig stoot u niet aan dezen wat is het een reiskoffer Vergeef mij, het is een ecrin vol slangen arme reuzeslangen Hierheen Pas op die lamp druipt Stap over dien emmer, vischvijver van den pelikaan, badkuip des ijsbeers Wij zijn er.

aardig, en wij hebben het aan de veranderde uitspraak van de namen der medeklinkers te danken, dat zij op hun vijfde jaar met kleinen Piet zeggen kunnen Nu kan ik al le-zen maar ik weet niet of kleine Piet op zijn tiende jaar, in massa, zoo veel meer geprofiteerd zal hebben 10 dan een ander, die op zijn zevende of achtste begonnen is met de spa te werken.

regenschermen.De wijfjes zijn wit.Zij houden haar opperkleed op, zoo dikwijls ze over een droppel water stappen, en dragen t geheel opgesteld als er wezenlijk plassen liggen van den regen van zaterdag.Zij eten gestadig uit haar zak sommigen in den zwerm hebben daarenboven nog een toegeknoopte kinderluur met mondkost bij zich.

duizend en een species van het genus Haarlemmer bekend is, weet dat zij allen des zondags haar verschillenden wandeltijd hebben iets, t welk zeer natuurlijk wordt, als men aan den verschillenden eettijd denkt, en daarbij in t oog houdt dat er veel menschen naar de middagkerk gaan, terwijl een groot gedeelte niet weet dat er een middagkerk is.

alleen in bedenking aan alle kinderminnende harten, en waag het niet, met zoo weinig ondervinding als Hildebrand de baardelooze Hildebrand, zullen de recensenten zeggen in zoo weinig jaren heeft kunnen opdoen, mijne meening te staven.Om het onderwerp eene wending te geven, en van een andere ramp uit het tranendal der kinderen te spreken, noem ik het wisselen der tanden.

baatzucht, maar de deftige wetenschap heeft hen bijeenvergaderd.Zij staan hier niet te kijk, zij staan hier tot uwe onderwijzing.Hunne namen worden in eerbiedig Latijn genoemd.Zwijgend gaat men langs hunne rijen, met al het ontzag, dat men voor de dooden heeft.

rekenboeken zij waren de zwakke zijde van velen onzer.In mijn oog waren er geen hatelijker boeken.Vooreerst waren zij veel te vol letters, en ten andere veel te vol cijfers.Ten overvloede zijn er soms fouten in de opgave der uitkomsten maar al zijn die er niet in, die opgaven zijn verschrikkelijk.

verder pleegde hij mij hetzelfde boevestuk met den uitroep Ik dacht dat er zooveel beau-monde in je menniste Haarlem was en weder vergunde hij mij niet in het midden te brengen, dat de geheele deftige middelstand nog achter onzen rug was, die niet voor een uur later, eerst door de hoogere ambtenaars, en daarna door de haute volée zou worden opgevolgd.

menagerie o Gij, heeren der schepping ik weet niet of gij in de 19de eeuw onzer jaartelling, en zoo ver van het paradijs, dien naam nog verdient.maar gij hoort hem zoo gaarne, en zijt er zoo hoovaardig op o gij, heeren der schepping laat u gelden in het 18 dierenrijk, laat u gelden bij al wat slagtanden, klauwen, hoeven en horens heeft.

oogenblik kwam Boerhave weer binnen.Over de gelijkenis met den schoenenjood, op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht, kon ik niet oordeelen, omdat de respectieve aangezichten der respectieve schoenenjoden van Amsterdam mij niet duidelijk en onderscheiden voor den geest stonden maar op mijn vriends gelaat iets te lezen, dat denken deed dat het ooit in eenige on vermakelijke aanraking geweest was met het viervoetig dier door den vleienden Nurks genoemd, was mij t eenenmale onmogelijk.

Malle dingen Anders een goed fatsoen.Ik hou niet van die ronde boorden. Boerhave en de nederige inwoner van het malle, kleine stadje waren er mooi mee hij verbeeldde t niet gezien te hebben. Kanje nog al niet rooken, Hildebrand Ik vloog naar den portecigares en bood hem dien aan.

Hollandsche jongen is grof fiksche knieën, fiksche knokkels.Hij is blank van vel, en kleurig van bloed.Zijn oogopslag is vrij bij t brutale af.Liefst draagt hij zijn ooren buiten zijn pet.Zijn haar is van zondagmorgen half elf tot zaterdagavond, als hij naar bed gaat, in volkomen wanorde.

nergens aan mogen komen, alsof men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook 12 maar stuk te gooien en te breken in de wereld was gekomen En dan het paaien met zoetigheid, als men zich juist gisteren te groot is begonnen te voelen voor koekjes tot den prijs van iets anders En dan de velerlei beschaamdzettingen, die men ondergaat, omdat iedereen gelooft dat een kind menig ding niet gevoelt dat hem toch diep gaat Waarlijk, waarlijk, men heeft in de maatschappij menig menschenschuw, bloohartig, en zenuwachtig wezen doen opgroeien, alleen doordat men het als kind te jong en te klein voor gevoel van waarde achtte.

sedert halftien op de school, waar gij den voet hebt ingezet, met benijding terugziende op de armelui s kinderen, die geen opvoeding krijgen en duitjen òp speelden op straat.Eerst hoeft men u gedwongen met al uwe speelsche lotgenooten het lied aan te heffen Wat vreugd, het schooluur heeft geslagen, Waarnaar elk kind om t zeerst verlangt.

kwade kant van den edelen groei, dat hij bij de individuen verschilt, en zelfs zóó, dat bij sommige tegen het geprezene grootworden, het verwijtende kleinblijven o verstaat.Nu is het niet pleizierig, ieder keer als men een boodschap van papa of mama komt doen, of bij Lodewijk of Doortje spelen komt, altijd door mijnheer of mevrouw, of de juffrouw, of de meid somtijds, tegen Lodewijks of Doortjes rug gezet te worden, om met de ververschte overtuiging dat men een hoofd of een half hoofd kleiner en een ware peulschil is, naar huis te gaan.

Inderdaad, natuur en rede geven deze hoop aan de hand.De ondervinding leert het echter meestal anders.Op den zevenden dag het was een zondag uw kleine theegoedje stond klaar op uw kleine tafeltje en uwe stoeltjes stonden er bij klaar met twee poppen de nieuwste voor u, en de oudste voor uw nichtje Keetje, die bij u te spelen kwam en s avonds zoudt ge een tulbandje bakken van gestampte beschuit en melk en een boterham met aardbeien zou alles bekronen.

kinderen der woestijn zouden hunne broederen, zoo zij ze hier zagen, verachten en verloochenen.Berg dat zilveren potlood, steek die portefeuille op, gij teekenaar Maak hier geene schetsen.Gij hebt geene wilde dieren voor het zijn 16 er slechts de vervallen overblijfsels van zij zijn naar ziel en lichaam gekraakt.

spare u, in hunne volle frischheid, eenige dier kinderlijke gevoelens, die den jongeling helpen in het zuiver houden van zijn pad en den man versieren opdat gij mannen wordende in het verstand, kinderen blijft in de boosheid.Dit is een stille wensch, jongenslief want ik wil u nog geen oogenblik van priktol of hoepel aftrekken, zonder u voor die vreugde iets anders te kunnen geven dan een wensch Het ontbreekt zeker niet aan dergelijke lofredenen op het geluk van jeugd en kinderjaren.

dergelijk gezelschap had mijn vriend Nurks, die in de universaliteit van den elfden deelde, dan gelegenheid gehad om zijn hart te luchten over den lastigen dikken weerga een oom van een der gasten, die altijd den Haarlemmer las als hij hem wou hebben, in de eene, en den onverdragelijken langen zwiep een vollen neef van een ander der aanwezigen, in de andere, die altijd pot maakte als hij pas begonnen was carambole te spelen.

Nurks evenwel hoorde het met de volmaaktste onverschilligheid aan en nam zelfs onder t verhaal allerlei bijzaken waar.Nu eens, bijvoorbeeld, scheen hij zich met de borst toe te leggen op het vormen van kunstige kringen van tabaksrook dan weder blies hij, volmaakt in de houding van iemand die volstrekt niets anders te doen heeft, de sigaarasch van zijn knie, en zelfs van de tafel dan weder scheen hij al zijn aandacht en belangstelling te wijden aan zijn nog altijd ziekelijken halsboord, die nog telkens nieuwe aanvallen van flauwte had welke veelzijdigheid van oefening mijn opgewonden vriend, die van geestverrukking gloeide, op den duur weinig streelde.

Waarlijk ik houd het er voor, dat de meeste rekenboekmakers afstammelingen van koning Herodes zijn 9 Uit al wat ik tot nog toe in het midden heb gebracht, zal zonneklaar blijken, dat de school de plaats niet is om het kinderlijk gemoed te doen overstroomen van het besef van geluk en genot.

dikwijls den maatstaf, waarbij hij de kinderen meet, te klein en te bekrompen neemt, en menige vreugd, die hij den jeugdigen van harte gunt, terughoudt omdat hij in zijne mannelijke wijsheid besluit dat zij er eigenlijk nog te klein voor zijn, en er waarlijk nog niet aan zouden hebben.

gingen Houtwaarts.Het was ruim één ure.Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd.De nachtegalen komen in t voorjaar, de vinken en lijsters in t najaar de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht.Zoo is het ook met de menschensoorten.

jaren geleden zijn ik moet zuinig omgaan met jaren, want ik ben nog zoo jong dat mijn neef Nurks mij op zaterdag den 14den Juli gij kunt den almanak nazien of het uitkomt weder een steen zond, die mij dan ook als zoodanig op het hart viel.

leelijkert had duidelijk bemerkt, dat ik het voor t eerst aanhad en er van tijd tot tijd met innig welgevallen naar keek.Ik stak onmiddellijk mijn beenen onder de tafel want het was mij op zijn minst vijfenzeventig maal gebeurd, dat hij, met een opgetrokken neus naar de punten van mijn schoenen loerende, mij had afgevraagd Waar laat je die turftrappers maken Van een goedigen krulhond, die met veel liefde door een oud man gestreeld werd, heette het Wat een mormel Van een paar schimmeltjes, die voor de deur stilhielden en waarmee de eigenaar met groot zelfbehagen pronkte Leelijke koppen Van het kindje in beugels, dat al van half elf gewandeld had en er schrikkelijk verhit uitzag Als ik er zóó eentje had, deed ik het een steen om den hals.

harte mede in maar ik neem de vrijheid te mogen opmerken, dat ze alleen door menschen van leeftijd, of ten minste door jongelingen geschreven zijn, van wier standpunt gezien, het kinderlijk geluk bijna geen uitzondering toelaat.En zeker, zeker is dat een droevig bewijs voor den treurigen toestand van later dagen.

geval hebben zij een nauwgezetten, maar onvriendelijken bezorger gehad, als uit den inhoud van deze weinige bladzijden waarschijnlijk duidelijk worden zal.Inderdaad, ik ken vele menschen, die nog al ophebben met hunne Amsterdamsche neven, vooral als ze tot de Lezers in Felix behooren, of als ze rijtuig houden maar ik heb dikwijls verbaasd gestaan over mijne verregaande koelheid omtrent den persoon van mijn neef Robertus Nurks en niets verschrikkelijker, dan wanneer hij mij zaterdagmiddag per diligence een steen zond met een brief er aan, inhoudende dat hij mits het weer goed bleef en er niet, maar dat kwam er nooit, het een of ander in den weg kwam met mij den dag in den Haarlemmerhout zou komen doorbrengen niet dat ik iets tegen het gemelde bosch heb, maar wel iets tegen ZEd.

namaaksel.Het is een woede van klokke halfacht.Het rammelen der boeien, als de gevangene opstaat om zijn brood en water aan te nemen.Ook in het gebrul des leeuws, het gehuil der wolven en het lachen der hyena s is een pectus quod diserfum facit.

grooten schreeuw gaaft gij uwe vreugde over het laatste artikel te ennen. Laat ik je mond reis effen zien, zei mama wat een dubbele tand en weg was uw vreugd Gij droopt af alsof gij op een zware misdaad betrapt waart waarschijnlijk zoudt gij onder uwe kwelling nestig en kribbig zijn tegen Keetje, het tulbandje zou geene bekoorlijkheden voor u hebben, de aardbeien geen smaak en ge zoudt naar bed gaan en droomen van den tandmeester Vergeefs beproefdet gij achtereenvolgens alle huismiddelen wiggelen met den vinger, bijten op een harde korst, die gij evenwel om eventueele pijn te vermijden, in een gansch anderen hoek van uw mond inbracht aanleggen van een draad garen, waaraan ge toch niet durfdet trekken.

menschen, die altijd den mond van hun geluk vol hebben, heb er ik wel eens op aangezien of zij ook naar een autoriteit zochten die, na gehoord verslag, hun zou verklaren dat zij gelukkig zijn, iets waarvan zij zelf tot nog toe zoo heel overtuigd niet waren.

Hertebaan vertoonen zich hier en daar een paar jonge dames, in t bloote hoofd, en in een costuum, dat zij zoo geheel buiten noemen, en t welk voornamelijk gekenmerkt wordt door sterk gekleurde zijden schortjes, bezig met aan de lieve beestjes eten te geven.

lacht om zijn gemeen Fransch en nog ellendiger Hollandsch, om zijn eeuwig wederkeerende volzinnen ik kan niet lachen.Hij ergert mij.Sire, ce n est pas bien Sur le lion mourant vous lâchez votre chien 17 Foei hij noemt den tijger monsieur en de leeuwin madame hij vertelt aardigheden op hun rekening zij zijn de dupes zijner van buitengeleerde geestigheid.

overige bemerkt men nu reeds een enkel jong mensch uit deftiger stand, hetzij dan een notarisklerk of een surnumerair bij het gouvernement van Noordholland, die, daar hij geen schepsel wist 27 te verzinnen, aan wien hij na kerktijd een bezoek schuldig was, nu maar naar Stoffels stapt en, verbaasd van daar nog niemand van zijn kennis te ontmoeten, zich met den hond van den kastelein behelpt, die door zijn innemende vriendelijkheid bewijst dat mijnheer habitué is.

komen Van dat volop des kinderlijken geluks dan, schenen wij toentertijde toch niet heel vol, of althans niet zóo vol te zijn, dat wij het moesten uitstorten.Ik heb wel eens gemeend, dat het een onderscheidend kenmerk des echten, waarachtigen geluks zijn zou, dat het de minste behoefte had zich uit te boezemen, terwijl het ongeluk klachten en verluchtingen noodig heeft om van de tranen niet te spreken.

Kende hij mijn lievelings-auteur, hij haalde er in gezelschap de leelijkste plaatsen uit aan, met bijvoeging van zoo als Hildebrands hooggeloofde die of die zegt.Waagdet gij nog eens een oude anecdote, die u veel genoegen verschaft had, waarvoor gij dus billijk eenige genegenheid voeddet, en waarvan gij u ook deze maal nog al vrij wat beloofdet, omdat allen zich hielden als of zij haar niet kenden hij bedierf er de uitwerking van, door juist als t op de aardigheid aankwam, het verhaal al raffelende voor u af te maken, van den Enkhuizer Almanak van t jaar één te spreken, en te zeggen dat alle anecdotes laf zijn, en dit er een was, die hij honderd malen van u gehoord had.

gebeurde alzoo dat, als wij drieën om één uur de Houtpoort uittraden, wij noodwendig op hun terugtocht tegenkwamen de kleine winkeliers met de lange roksmouwen, de boekhouders met de watten, de hooghoedigen, de langpandigen, de langlijvigen enz.

Meergemelde natuuronderzoeker heeft even de Dreef verlaten, om in de verrukking van deze vreemdelingen te deelen, maar gaat nu door een allerliefst laantje, waarin de ochtendzon allergeestigst door t hoog geboomte speelt, op de logementen af.

Hollandsche jongen maar vooraf moet ik u zeggen, mevrouw dat ik niet spreek van uw bleekneuzig eenig zoontje, met blauwe kringen onder de oogen want met al het wonderbaarlijke van zijn vroege ontwikkeling, acht ik hem geen zier.Vooreerst gij maakt te veel werk van zijn haar, dat gij volstrekt wilt laten krullen en ten andere gij zijt te sentimenteel in het kiezen van zijn pet, die alleen geschikt is om voor oom en tante te worden afgenomen, maar volstrekt hinderlijk en onverdragelijk bij het oplaten van vliegers en het spelen van krijgertje, twee lieve spelen, mevrouw, die UEd.

altijd met zijne vingers ergens aan.Ik ken nog iemand die nooit rookt, maar dat is de miserabelste kerel van de wereld. Ik begreep dat ik al vrij veel kans had om, bij eventueel overlijden van dien heer, denzelven in zijn hoogen rang in de schatting van mijn neef op te volgen.

Leidschen makker bij mij gelogeerd, met wien ik te Zomerzorg eten zou, om vervolgens over Velzerend naar Velzen te wandelen, waar wij den nacht zouden doorbrengen om s morgens naar de Breezaap te gaan en aldaar wat te botaniseeren, waarvan wij beide groote liefhebbers zijn.

schuldeischers geplaagd ondervindt iets van het leed van een kind met meesters aangehaald.Nu, onze goede Hölty zelf kan niet nalaten aan t eind van zijn versje daarmede te dreigen.Daarom wilde ik u verzoeken heb deernis met het lot uwer telgen.

trouwens even goed als ik.Wij namen plaats bij Stoffels.De onbeleefdheden, die tot nog toe alleen aan ons beiden verkwist waren, werden nu ook algemeen 28 verkrijgbaar gesteld.Ik zat nog niet, toen Nurks al uitriep, zoodat al de belendende gezelschappen het hooren konden Lieve hemel, Hild, wat hebje een mooi vest aan dat had ik nog niet van je gezien jammer dat het fatsoen een paar modes ten achteren is.