Générateur néerlandais de faux textes aléatoires

Lorem ipsum a généré 38 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.

Le faux texte a bien été copié

krimpt toe, als het bedenkt wat er, ook van u, worden moet.Of zult gij, die daar beurtelings een frisschen beet uit een zelfden appel doet, in later jaren nooit gewaar worden dat het noodig is den appel in een hoek te nemen en alleen op te eten ja, de schillen weg te stoppen, en de pitten te zaaien voor uwe nakomelingschap En gij die daar geduldig 4uw sterker rug leent aan uw vlugger vriend, die zich op uwe schouders verheft om in den boom het spreeuwenest te zoeken, dat heel hoog ligt zal de ondervinding u de verdrietige wijsheid onthouden, dat het beter is zelf een ladder te krijgen, en zelf het nest uit te halen, dan een goeden dienst te doen en af te wachten óf en hoe men u zal beloonen Dat is de wereld.

spreken dat gij gekweld zijt geweest met een linksche pen, ontelbare haren in den inkt, een klad of drie, met kunstenaars achteloosheid over uw schrijfboek verspreid, en de onverbiddelijke wet dat gij maar tweemaal uw pen op mocht steken om ze te laten vermaken, door een ondermeester, die even zoo ver is in die kunst als gij in t schrijven.

Inderdaad, natuur en rede geven deze hoop aan de hand.De ondervinding leert het echter meestal anders.Op den zevenden dag het was een zondag uw kleine theegoedje stond klaar op uw kleine tafeltje en uwe stoeltjes stonden er bij klaar met twee poppen de nieuwste voor u, en de oudste voor uw nichtje Keetje, die bij u te spelen kwam en s avonds zoudt ge een tulbandje bakken van gestampte beschuit en melk en een boterham met aardbeien zou alles bekronen.

dofheid, geen traagheid, geen luiheid hier koude en ongevoeligheid.Het is hier als in hun onderwereld gij ziet hunne schimmen, hunne omtrekken, hunne ε δωλα Aan hun stoffelijk omkleedsel, hun houding, hun stand moge door opvulling en kunstenarij een weinig zijn te kort gedaan, maar de ziel gij gelooft toch dat de dieren een ziel hebben wordt hier niet verdoofd of verminkt.

natuuronderzoeker, die des zondagsmorgens de kerk verzuimt of naar de vroegpreek is geweest wat ik liever onderstellen wil en om tien uren, half elf, in Den Hout komt, op het Plein of bij den Koekamp de naam is niet welluidend, eenige zwermen feestvierende vogels van den Haarlemmerdijk inhalen, per schuit van zevenen uit Amsterdam vertrokken.

bloemliefhebber kreeg een kleur als een Cactus Speciosa, om welke te verbergen hij in verwarring naar zijn zakdoek greep om zijn neus te snuiten, zoodat de maan weer plotseling door de wolken brak, tot groote vroolijkheid van een gezelschap Amsterdamsche juffrouwen en heeren uit een manufactuur-winkel, dien zich op dien merkwaardigen dag op zijn minst voor staatjufferen en kamerheeren van Z.

lafaards en klikkers met een volkomen haat hij zal nog al eens gauw zijn vuisten uitsteken, maar spaart in t vechten zijn partij hij speelt niet valsch hij heeft een bestendigen inktvlak op zijn overgeslagen halsboord, en wel wat neiging om zijn schoenen scheef te loopen hij houdt zijnen vader staande dat hij over ijs van één nacht loopen kan, en beschikt over vriezen en dooien naar lust en welgevallen hij eet altijd een boterham minder en leert eene les meer, dan waar hij trek toe heeft hij gooit een steen tienmaal verder dan gij of ik, en buitelt driemaal over zijn hoofd zonder duizelig te worden.

geheel geen kniezer, altijd vroolijk gestemd en de vroolijkheid beminnende maar hij scheen er een genoegen in te vinden, zijnen vrienden kleine grieven aan te doen, en niet alleen zijnen vrienden, maar in het algemeen de onschuldigste menschen van de wereld.

toch, de meester is zoo dik, en de ondermeesters zijn zoo lang, en hunne brillen en bakkebaarden zien er zoo onverbiddelijk uit, en de borden zijn zoo zwart, en de tafels zoo ongezellig, en de kaart van Nederland hangt zóó lang op dezelfde plaats, dat wij er de kleine scheurtjes en 7 inktvlekjes nog beter op weten aan te wijzen, dan de steden der toen was t nog 17 provinciën1.

ontneemt u het schoone zinnebeeld der moederliefde, dat gij in den pelikaan zaagt, en maakt liever een slaapmuts van zijn onderkaak.Ellendige potsenmaker, straffeloos lasteraar, die zijne beteren bespot.Met een paar knevels en een stok loopt hij om, en speelt den held onder de gevangenen.

blijkbaar dat gij u vergist hebt driemaal doet gij al de vermenigvuldigingen en deelingen over en weer over eindelijk besluit gij alles uit te veegen, en nog hebt gij uw mouw op de lei, als de ondermeester komt om te gelooven dat gij niets hebt uitgevoerd.

Hollandsche jongen draagt zijn das liefst als een touwtje, en nog liever in t geheel niet een blauw of schotschbont kieltje over zijn buis, en een verstelde broek dit laatste kenteeken gaat vast.In dees broek voert hij met zich al wat de tijd opgeeft dat wisselt af knikkers, stuiters, ballen, een spijker, een aangebeten appel, een stukkend knipmes, een touwtje, 3 drie centen, een kluit vischdeeg, een dolle kastanje, een stuk elastiek uit de bretel van zijn oudsten broer, een leeren zuiger om steenen mee uit den grond te trekken, een voetzoeker, een zakje met kokinjes, een grifje, een koperen knoop om heet te maken, een hazesprong, een stukje spiegelglas, enz.

meester zit er niet meer met slaapmuts en kamerjapon en een ontzettende plak in den katheder, en brengt ons niet langer door de verschrikkelijkheid zijner oogen en gebaren tot een punt van angst, waarin wij als de jongen van ouds zouden willen bekennen, dat wij zelf de wereld geformeerd hadden, maar t nooit weer zouden doen, liever dan het antwoord schuldig blijven op de eerste vraag van het vrageboek.

gingen Houtwaarts.Het was ruim één ure.Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd.De nachtegalen komen in t voorjaar, de vinken en lijsters in t najaar de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht.Zoo is het ook met de menschensoorten.

bloedt mijn hart de Tafel van Werkzaamheden.Schrikkelijke werkzaamheden, wier optelling aan rekenboeken denken doet, en geographieboeken, en wat voor boeken er al meer zijn, wier blaren heen en weer schuiven in den band, wegens de krampachtige aanraking der wanhopige vingers van jeugdige heeren, die maar niet onthouden kunnen hoeveel koeien er jaarlijks aan de Hoornsche markt komen, en hoeveel inwoners en drukkerijen van Enschedé, en Kostersbeelden, en instituten voor schoolonderwijzers Haarlem heeft of niet begrijpen kunnen, hoe zij de 9de som uit de Herhaling der voorgaande Regelen moeten opzetten.

alles te zamen, en sla dan uw rekenboek op, dat u sart met de 13de som, waarin u, om u of t ware te tantaliseeren, met de grootste koelbloedigheid een mooie voorstelling gedaan wordt van vijf jongens, zegge vijf, die te zamen zouden knikkeren, en waarvan de eene bij den aanvang van t spel bezat 20, zegge 20, knikkers, de tweede 30, de derde 50, de vierde neen, het is niet uit te houden de tranen komen er u bij in de oogen maar daar zit gij, voor nog een geheel uur, en dan nog wel te cijferen.

jeugd is heilig zij moet voorzichtig en eerbiedig behandeld worden de jeugd is gelukkig, maar men moet zorgen, dat zij zoo min mogelijk deelt in de rampen der samenleving, voor zoo ver zij die in hare jaren kan ondervinden.Men moet haar soms kwellen en lastig vallen tot haar nut maar passen wij vooral op, dit niet te overdrijven Een geheel volgend leven kan geen gedrukte jeugd vergoeden want welke zaligheid zouden latere jaren te stellen hebben tegenover het verspeelde geluk eener schuldelooze jonkheid Neen, ik wil niet naar t beestenspel Ik houd er niet van.

beter van zijn moeder kan overnemen, dan uit de classieke literatuur halen.Trouwens hij verstond maar zeer weinig Latijn.Indien Robertus Nurks zeker wist dat gij half verliefd waart, hij zou de gelegenheid vinden om het voorwerp uwer stille genegenheid in het gesprek te pas te brengen, onder de voor u hartdoorsnijdende 21 bijvoeglijke naamwoorden van leelijk, dom, onbeduidend, mal, of dergelijke.

Opmerkelijk is, tegen een der palen en daarenboven op een stok geleund, een gebrekkig man, niet zoo zeer een bedelaar, als wel een afwachter van aalmoezen een dier onsterfelijken, die de oudste Haarlemmers altijd even oud en altijd even beschadigd, daar gezien hebben.

Daarna hebt gij een uur gelezen van het model van een braven 8 jongen, zoo braaf, zoo zoet, zoo gehoorzaam, zoo knap en zoo goedleersch, dat gij hem met pleizier een paar blauwe oogen zoudt slaan, als gij hem op straat ontmoette of, indien gij al wat verder zijt, de levensschets van een onbegrijpelijk groot man, wien na te volgen u pedant en wanhopig toeschijnt, en door welke levensschets kunstiglijk een samenspraak is heengevlochten van knapen en meisjes, voor wie gij ook al geen de minste sympathie gevoelt, al staan zij ook waarlijk verbaasd over de ontzettende kundigheden van dien man, daar vader Eelhart of Braafmoed van verhaalt.

voorste zat zoo vast als een muur.Zes dagen lang verborgt gij uw leed somtijds vergat gij het maar zesmaal daags, midden onder uw spel, bij het genot van de lekkerste krakeling, onder t bewerken van de zoetste ulevel daar stond weer eensklaps voor uw oog, die akelige, allerakeligste dubbelheid Uw eenige troost was, dat de voorman vanzelf wel wat losser zou worden.

wèl.Maar misbruikt uwe kracht niet.Spot niet, kwelt niet, vernedert niet, dooft niet uit.Geen gevangenhuis, geen tuchtcel, geen schavot, geen kaak, geen draaikooi, geen beesten-spel.Ja, een spel is het, een afschuwelijk wreed spel.Moet gij een spel hebben herstelt het molmend coliséum tot een worstelperk, en hebt ten minste de grootmoedigheid, uw gelijken met hen ten kamp te doen treden.

Vermaakt u zoo gij nog niet genoeg hebt van barbaarsche vermaken met hunne krachten, met hun moed, met hun heldeneinde niet met hunne slavernij, niet met hunne ontaarding, niet met hun heimwee, niet met hun teringdood.Onbegrijpelijk veel menschen hebben familiebetrekkingen, vrienden of kennissen te Amsterdam.

alles duisternis.Let op Wat is dat t Is het glinsteren van twee oogen gloeiende kolen.Hoor toe Dat was de donder niet het was een schor gehuil het diepe geluid van een leeuw die ontwaakt.Hij tilt zich uit zijn hol naar boven.Hij rekt zich uit.

Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.

rekenboek.Ik heb het lang laten wachten, lieve lezer maar het was uit wraak, omdat het voor mij zoo dikwijls te vroeg is gekomen.Nu komt het rekenboek.Merk op, dat gij in den loop van den morgen tweemaal op t bord zijt geschreven eens, omdat gij met uw rechter buurman een verdacht gefluister hebt aangevangen, dat evenwel over niets liep dan over goedkoope ballen in de Wijde Appelaarsteeg, en eens, omdat gij aan uw linker dito een albasten knikker gezegd alikas hebt laten zien, zonder een eenig rood aartje, van welk delict het corpus u is ontnomen, tegen de pijnlijke onzekerheid of gij het ooit terug zult zien.

Waarlijk, lieve dame, die de wereld zoo trouweloos en de mannen zoo wuft vindt la perte des illusions kan op uwe jaren nauwelijks zoo zwaar wegen als la perte des dents op de hunne.Herinnert ge t u nog wel Gij voelde neen, gij voelde toch niet ja, helaas, gij voelde maar al te zeker dat gij een dubbelen tand hadt.

lezen er ook niet meer, tot onze schrikbarende verveling, de Haarlemmer Courant, van A Z. Zijn wij daarom later minder goede politici Wij zitten er ook in een goed ruim lokaal, zoo hoog en zoo luchtig, dat het er somtijds aan de beenen tocht wij hebben er niet zelden het uitzicht op een bleekveld met een appelboom, of op een binnenplaats met een bestekamer.

gegeven, maar nu rustig in Den Hout een sigaar zittende te rooken ontdekt hij te midden zijner overpeinzingen een kleinen winkelhaak in zijn pantalon, vlak bij de knie.Hij had het zoo haast niet gezien of hij wierp er met veel handigheid zijn zijden zakdoek over, maar te laat om de aanmerking van Nurks te ontgaan, die juist op dit zelfde oogenblik tot ons zei Ik mag wel zoo n maneschijntje.

uzelven zijn de zaden aanwezig van veel onheils en veel verdriets.Uwe voortvarende drift, uwe onschuldige teederheid, tot opvliegendheid, eerzucht en wellustigheid gerijpt uwe levendigheid en onafhankelijk gevoelen, tot wereldzin en ongeloof verhard O, als gij in later jaren op uwe kindsheid terugziet, dat, dat zal de vreugde wezen, die gij het meest benijdt en nu toch het minst geniet, dat gij zooveel minder boos waart, dat gij zooveel onschuldiger waart tot zelfs in het kwaaddoen toe.

Hebje nog altijd dat strooien soortje zei hij, de punt van degene, die hij genomen had, met het ongeloovigste gezicht van de wereld afbijtende, en toen zijn vroeger onderwerp weer opnemende, daar hij nog niet genoeg van had Jongens, ik vind dat het zoo mal staat als iemand niet rooken kan.

onbegrijpelijk moeielijk schoon ik gaarne beken, dat de een zich daar handiger in gedraagt dan de ander, en ik niet een van de gauwsten ben nu is het onbegrijpelijk moeielijk, onder eene dergelijke critische verklaring omtrent uw hoed, een tamelijk figuur te blijven maken.

rekenboeken zij waren de zwakke zijde van velen onzer.In mijn oog waren er geen hatelijker boeken.Vooreerst waren zij veel te vol letters, en ten andere veel te vol cijfers.Ten overvloede zijn er soms fouten in de opgave der uitkomsten maar al zijn die er niet in, die opgaven zijn verschrikkelijk.

Nurks, met een bijzondere kracht op t woordje is, maar daarom juist, als men zoo n mal klein stadje als Haarlem de eer aan doet, wil men t liever niet. Nurks wierp een blik in den spiegel.Zijn eene halsboord had 23 het door de warmte het was zeer warm weder dien dag, vooral in de diligences had het door de warmte te kwaad gekregen, en lag in zwijm over den rand van zijn strop.

vindt.Ten derde, heeft UEd., geloof ik, te veel boeken over de opvoeding gelezen, om een enkel kind goed op te voeden.Ten vierde, laat gij hem doosjes leeren plakken en nuffige knipsels maken.Ten vijfde zijn er zeven dingen te veel, die hij niet eten mag.

jaren geleden zijn ik moet zuinig omgaan met jaren, want ik ben nog zoo jong dat mijn neef Nurks mij op zaterdag den 14den Juli gij kunt den almanak nazien of het uitkomt weder een steen zond, die mij dan ook als zoodanig op het hart viel.

duizend en een species van het genus Haarlemmer bekend is, weet dat zij allen des zondags haar verschillenden wandeltijd hebben iets, t welk zeer natuurlijk wordt, als men aan den verschillenden eettijd denkt, en daarbij in t oog houdt dat er veel menschen naar de middagkerk gaan, terwijl een groot gedeelte niet weet dat er een middagkerk is.

species rangschikt, en men tevens achtslaat op de vreemde vogelen, die uit andere luchten op een zonnigen zondag komen aanwaaien, dan zal men een aaneengeschakelde opvolging hebben, niet ongelijk aan die der elkander, naar de schoone vergelijking van Homerus, als boombladeren wegstootende geslachten in het bestaan des menschdoms, of aan die der elkander voortstuwende barbaren van het Europa der vijfde eeuw.