Lorem ipsum a généré 34 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
duizend en een species van het genus Haarlemmer bekend is, weet dat zij allen des zondags haar verschillenden wandeltijd hebben iets, t welk zeer natuurlijk wordt, als men aan den verschillenden eettijd denkt, en daarbij in t oog houdt dat er veel menschen naar de middagkerk gaan, terwijl een groot gedeelte niet weet dat er een middagkerk is.
enge, bekrompene hokken, achter die dikke tralies, in die slaafsehe, weerlooze, gedrukte, angstige houding, o een beestenspel is een gevangenis, een oudemannenhuis, een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken een hospitaal is het, een bedlam vol stompzinnigen.
spare u, in hunne volle frischheid, eenige dier kinderlijke gevoelens, die den jongeling helpen in het zuiver houden van zijn pad en den man versieren opdat gij mannen wordende in het verstand, kinderen blijft in de boosheid.Dit is een stille wensch, jongenslief want ik wil u nog geen oogenblik van priktol of hoepel aftrekken, zonder u voor die vreugde iets anders te kunnen geven dan een wensch Het ontbreekt zeker niet aan dergelijke lofredenen op het geluk van jeugd en kinderjaren.
Hollandsche jongen draagt zijn das liefst als een touwtje, en nog liever in t geheel niet een blauw of schotschbont kieltje over zijn buis, en een verstelde broek dit laatste kenteeken gaat vast.In dees broek voert hij met zich al wat de tijd opgeeft dat wisselt af knikkers, stuiters, ballen, een spijker, een aangebeten appel, een stukkend knipmes, een touwtje, 3 drie centen, een kluit vischdeeg, een dolle kastanje, een stuk elastiek uit de bretel van zijn oudsten broer, een leeren zuiger om steenen mee uit den grond te trekken, een voetzoeker, een zakje met kokinjes, een grifje, een koperen knoop om heet te maken, een hazesprong, een stukje spiegelglas, enz.
altijd met zijne vingers ergens aan.Ik ken nog iemand die nooit rookt, maar dat is de miserabelste kerel van de wereld. Ik begreep dat ik al vrij veel kans had om, bij eventueel overlijden van dien heer, denzelven in zijn hoogen rang in de schatting van mijn neef op te volgen.
regenschermen.De wijfjes zijn wit.Zij houden haar opperkleed op, zoo dikwijls ze over een droppel water stappen, en dragen t geheel opgesteld als er wezenlijk plassen liggen van den regen van zaterdag.Zij eten gestadig uit haar zak sommigen in den zwerm hebben daarenboven nog een toegeknoopte kinderluur met mondkost bij zich.
mannetjes zijn blauw of zwart geteekend en hebben sliknatte, fijngekrulde bakkebaarden.Ze zijn voorzien van lange Goudsche pijpen, waaruit ze òf rooken, òf die ze losjes bij den kop tusschen de vingers houden en zoo, met den steel naar beneden, onverschillig laten slingeren.
krimpt toe, als het bedenkt wat er, ook van u, worden moet.Of zult gij, die daar beurtelings een frisschen beet uit een zelfden appel doet, in later jaren nooit gewaar worden dat het noodig is den appel in een hoek te nemen en alleen op te eten ja, de schillen weg te stoppen, en de pitten te zaaien voor uwe nakomelingschap En gij die daar geduldig 4uw sterker rug leent aan uw vlugger vriend, die zich op uwe schouders verheft om in den boom het spreeuwenest te zoeken, dat heel hoog ligt zal de ondervinding u de verdrietige wijsheid onthouden, dat het beter is zelf een ladder te krijgen, en zelf het nest uit te halen, dan een goeden dienst te doen en af te wachten óf en hoe men u zal beloonen Dat is de wereld.
Malle dingen Anders een goed fatsoen.Ik hou niet van die ronde boorden. Boerhave en de nederige inwoner van het malle, kleine stadje waren er mooi mee hij verbeeldde t niet gezien te hebben. Kanje nog al niet rooken, Hildebrand Ik vloog naar den portecigares en bood hem dien aan.
gebeurde alzoo dat, als wij drieën om één uur de Houtpoort uittraden, wij noodwendig op hun terugtocht tegenkwamen de kleine winkeliers met de lange roksmouwen, de boekhouders met de watten, de hooghoedigen, de langpandigen, de langlijvigen enz.
lafaards en klikkers met een volkomen haat hij zal nog al eens gauw zijn vuisten uitsteken, maar spaart in t vechten zijn partij hij speelt niet valsch hij heeft een bestendigen inktvlak op zijn overgeslagen halsboord, en wel wat neiging om zijn schoenen scheef te loopen hij houdt zijnen vader staande dat hij over ijs van één nacht loopen kan, en beschikt over vriezen en dooien naar lust en welgevallen hij eet altijd een boterham minder en leert eene les meer, dan waar hij trek toe heeft hij gooit een steen tienmaal verder dan gij of ik, en buitelt driemaal over zijn hoofd zonder duizelig te worden.
konden, hoe zouden zij zich op den grappenmaker wreken.Hoe zou monsieur hem vierendeelen, madame hem vernielen.Hij zou t verdienen.Hij behandelt dieren als dingen.Hij verdient een dommen glimlach aan den een, een drinkgeld aan den ander.
Daarna hebt gij een uur gelezen van het model van een braven 8 jongen, zoo braaf, zoo zoet, zoo gehoorzaam, zoo knap en zoo goedleersch, dat gij hem met pleizier een paar blauwe oogen zoudt slaan, als gij hem op straat ontmoette of, indien gij al wat verder zijt, de levensschets van een onbegrijpelijk groot man, wien na te volgen u pedant en wanhopig toeschijnt, en door welke levensschets kunstiglijk een samenspraak is heengevlochten van knapen en meisjes, voor wie gij ook al geen de minste sympathie gevoelt, al staan zij ook waarlijk verbaasd over de ontzettende kundigheden van dien man, daar vader Eelhart of Braafmoed van verhaalt.
steen uit Amsterdam verbrijzelde al die zaligheden, en het gansche plan moest worden uitgesteld onder de voor ons verschrikkelijke gedachte, den geheelen dag in Den Hout te zitten want een fatsoenlijk Amsterdammer komt alleen in Den Hout.De opoffering viel ons moeielijk, en ik verdacht den hupschen Boerhave die niet zooals ik den band des bloeds gevoelde, en daarenboven een onbepaald vertrouwen koesteren moest op de wetenschap, die hij beoefende van den heimelijken wensch, dat mijn liefelijke Nurks, van wien hij zich half bij instinct, half door mijne kwaadsprekendheid, niet veel goeds beloofde, tusschen zaterdagavond en zondagochtend eene kleine ongesteldheid mocht ontwaren, die hem mocht doen besluiten tot een kort briefjen op de eerste schuit enz.
oogenblik kwam Boerhave weer binnen.Over de gelijkenis met den schoenenjood, op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht, kon ik niet oordeelen, omdat de respectieve aangezichten der respectieve schoenenjoden van Amsterdam mij niet duidelijk en onderscheiden voor den geest stonden maar op mijn vriends gelaat iets te lezen, dat denken deed dat het ooit in eenige on vermakelijke aanraking geweest was met het viervoetig dier door den vleienden Nurks genoemd, was mij t eenenmale onmogelijk.
geloof niet dat het denkbeeld daarvan ooit onder eenig blond of bruin kinderhaar is opgekomen.Neen, neen de school is zoo goed als zij zijn kan.De school wordt, naar de nieuwste verordeningen, zoo aangenaam en dragelijk mogelijk gemaakt.Maar hare genoegens zijn ten hoogste negatief.
dergelijk gezelschap had mijn vriend Nurks, die in de universaliteit van den elfden deelde, dan gelegenheid gehad om zijn hart te luchten over den lastigen dikken weerga een oom van een der gasten, die altijd den Haarlemmer las als hij hem wou hebben, in de eene, en den onverdragelijken langen zwiep een vollen neef van een ander der aanwezigen, in de andere, die altijd pot maakte als hij pas begonnen was carambole te spelen.
bloemliefhebber kreeg een kleur als een Cactus Speciosa, om welke te verbergen hij in verwarring naar zijn zakdoek greep om zijn neus te snuiten, zoodat de maan weer plotseling door de wolken brak, tot groote vroolijkheid van een gezelschap Amsterdamsche juffrouwen en heeren uit een manufactuur-winkel, dien zich op dien merkwaardigen dag op zijn minst voor staatjufferen en kamerheeren van Z.
aankondigden de komst der notarissen, der fabrikanten, der boekverkoopers, der doctoren, der apothekers, der bloemisten, der zusters en broers enz., die nog achter ons waren. Wat zien uw stadgenooten er over t algemeen peu fashionable uit zei Nurks, met dien bijzonderen lach, die de Engelschen a sneer noemen, een zeer druk en aangenaam gesprek afbrekende en oogenblikkelijk weer opvattende, om mij het antwoorden te beletten.
overige van de week zit het goed.Krul zit er meestal niet heel veel in.Gekrulde haren, gekrulde zinnen Maar sluik is het óók niet sluik haar is voor gierigaards en benepen harten dat zit niet in jongens sluik haar krijgt men, geloof ik, eerst op zijn veertigste jaar.
verschijnsel, dat ik eenvoudig toeschrijf aan de veelheid der inwoners van die hoofdstad.Ik had er voor een paar jaren nog een verren neef.Waar hij nu is, weet ik niet.Ik geloof dat hij naar de West gegaan is.Misschien heeft de een of ander van mijne lezers hem wel brieven meegegeven.
blijkbaar dat gij u vergist hebt driemaal doet gij al de vermenigvuldigingen en deelingen over en weer over eindelijk besluit gij alles uit te veegen, en nog hebt gij uw mouw op de lei, als de ondermeester komt om te gelooven dat gij niets hebt uitgevoerd.
schuldeischers geplaagd ondervindt iets van het leed van een kind met meesters aangehaald.Nu, onze goede Hölty zelf kan niet nalaten aan t eind van zijn versje daarmede te dreigen.Daarom wilde ik u verzoeken heb deernis met het lot uwer telgen.
Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.
hoewel een aardigheid te zeggen het alleruitmuntendste zou zijn, en er een schat van aardigheden mogelijk is, zoo is het evenwel bijzonder opmerkelijk, hoe weinig men er dikwijls op zulk een oogenblik bij de hand heeft.Zoodat de critische hoedeninspecteur gewoonlijk de voldoening heeft eene kleine verlegenheid te weeg te zien gebracht, welke hij met demonischen wellust geniet.
species rangschikt, en men tevens achtslaat op de vreemde vogelen, die uit andere luchten op een zonnigen zondag komen aanwaaien, dan zal men een aaneengeschakelde opvolging hebben, niet ongelijk aan die der elkander, naar de schoone vergelijking van Homerus, als boombladeren wegstootende geslachten in het bestaan des menschdoms, of aan die der elkander voortstuwende barbaren van het Europa der vijfde eeuw.
beau-monde verscheen met al zijn gedistingueerde geuren en kleuren met al de pracht van vederen, sjaals, parasols, mantilles, amazones, koetsiers, rijtuigen en rijpaarden.Ik had het ongeluk gehad Nurks te voorspellen, dat hij een brillante nieuwe equipage zou zien.
Hollandsche jongen is grof fiksche knieën, fiksche knokkels.Hij is blank van vel, en kleurig van bloed.Zijn oogopslag is vrij bij t brutale af.Liefst draagt hij zijn ooren buiten zijn pet.Zijn haar is van zondagmorgen half elf tot zaterdagavond, als hij naar bed gaat, in volkomen wanorde.
jaren geleden zijn ik moet zuinig omgaan met jaren, want ik ben nog zoo jong dat mijn neef Nurks mij op zaterdag den 14den Juli gij kunt den almanak nazien of het uitkomt weder een steen zond, die mij dan ook als zoodanig op het hart viel.
evenwel was hij een beste, eerlijke, trouwe jongen, prompt in zijn zaken, stipt in zijn zeden, godsdienstig, en zelfs in den grond goedhartig.Maar er was iets in hem ik weet het niet dat maakte dat ik met hem niet op mijn gemak was iets lastigs, iets impertinents, in één woord iets volmaakt onaangenaams.
kreeg die zoodra niet in het oog, of hij vroeg mij ongeduldig 29 Wanneer komt nu die mooie equipage, waar je van gesproken hebt En zoo was het telkens, tot groote ergernis van Boerhave, die evenwel nog al aardig vrijliep, maar wiens horlogesnoer ijselijk door Nurks gefixeerd werd, zoodat hij alle oogenblikken dacht dat er iets op komen zou, en eindelijk dan ook zijn rok maar toeknoopte.
geheel geen kniezer, altijd vroolijk gestemd en de vroolijkheid beminnende maar hij scheen er een genoegen in te vinden, zijnen vrienden kleine grieven aan te doen, en niet alleen zijnen vrienden, maar in het algemeen de onschuldigste menschen van de wereld.
uzelven zijn de zaden aanwezig van veel onheils en veel verdriets.Uwe voortvarende drift, uwe onschuldige teederheid, tot opvliegendheid, eerzucht en wellustigheid gerijpt uwe levendigheid en onafhankelijk gevoelen, tot wereldzin en ongeloof verhard O, als gij in later jaren op uwe kindsheid terugziet, dat, dat zal de vreugde wezen, die gij het meest benijdt en nu toch het minst geniet, dat gij zooveel minder boos waart, dat gij zooveel onschuldiger waart tot zelfs in het kwaaddoen toe.
illusiën, heeft de leeuw zijn prestige nog Zijt gij nog bang voor dien bullebak Gelooft gij nog aan de schets van zoo even Zegt gij niet Laat hem komen, als hij kan Onttroonde koning Gekrompen reus Zie, hij is voorzichtig in al zijne bewegingen hij neemt zich in acht, om zijn hoofd niet te stooten, zijn muil niet te bezeeren, zijn staart niet te schenden.