Générateur néerlandais de faux textes aléatoires

Lorem ipsum a généré 29 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.

Le faux texte a bien été copié

muziek.Drie dames met lange reticules en opmerkelijk door roode linten op de muts, oranje tissu s om den hals en voorschooten met diepe zakken met schuifjes.Eene breede sproeterige Saffo met een hooge sproeterige harp in het midden, en twee tanige vrouwen, die met handen vol diamanten, die een sterken familietrek van glas hadden, op de viool speelden.

Hollandsche jongen draagt zijn das liefst als een touwtje, en nog liever in t geheel niet een blauw of schotschbont kieltje over zijn buis, en een verstelde broek dit laatste kenteeken gaat vast.In dees broek voert hij met zich al wat de tijd opgeeft dat wisselt af knikkers, stuiters, ballen, een spijker, een aangebeten appel, een stukkend knipmes, een touwtje, 3 drie centen, een kluit vischdeeg, een dolle kastanje, een stuk elastiek uit de bretel van zijn oudsten broer, een leeren zuiger om steenen mee uit den grond te trekken, een voetzoeker, een zakje met kokinjes, een grifje, een koperen knoop om heet te maken, een hazesprong, een stukje spiegelglas, enz.

gewoonlijk hoogrood als hij binnen moet komen om aan oom en tante te vragen hoe zij varen, en spreekt bij dergelijke gelegenheid bijna geen woord maar minder spaarzaam met woorden en minder verlegen is hij onder zijns gelijken, en niet bang om voor zijn gevoelen uit te komen.

illusiën, heeft de leeuw zijn prestige nog Zijt gij nog bang voor dien bullebak Gelooft gij nog aan de schets van zoo even Zegt gij niet Laat hem komen, als hij kan Onttroonde koning Gekrompen reus Zie, hij is voorzichtig in al zijne bewegingen hij neemt zich in acht, om zijn hoofd niet te stooten, zijn muil niet te bezeeren, zijn staart niet te schenden.

spreken dat gij gekweld zijt geweest met een linksche pen, ontelbare haren in den inkt, een klad of drie, met kunstenaars achteloosheid over uw schrijfboek verspreid, en de onverbiddelijke wet dat gij maar tweemaal uw pen op mocht steken om ze te laten vermaken, door een ondermeester, die even zoo ver is in die kunst als gij in t schrijven.

alles te zamen, en sla dan uw rekenboek op, dat u sart met de 13de som, waarin u, om u of t ware te tantaliseeren, met de grootste koelbloedigheid een mooie voorstelling gedaan wordt van vijf jongens, zegge vijf, die te zamen zouden knikkeren, en waarvan de eene bij den aanvang van t spel bezat 20, zegge 20, knikkers, de tweede 30, de derde 50, de vierde neen, het is niet uit te houden de tranen komen er u bij in de oogen maar daar zit gij, voor nog een geheel uur, en dan nog wel te cijferen.

wèl.Maar misbruikt uwe kracht niet.Spot niet, kwelt niet, vernedert niet, dooft niet uit.Geen gevangenhuis, geen tuchtcel, geen schavot, geen kaak, geen draaikooi, geen beesten-spel.Ja, een spel is het, een afschuwelijk wreed spel.Moet gij een spel hebben herstelt het molmend coliséum tot een worstelperk, en hebt ten minste de grootmoedigheid, uw gelijken met hen ten kamp te doen treden.

trouwens even goed als ik.Wij namen plaats bij Stoffels.De onbeleefdheden, die tot nog toe alleen aan ons beiden verkwist waren, werden nu ook algemeen 28 verkrijgbaar gesteld.Ik zat nog niet, toen Nurks al uitriep, zoodat al de belendende gezelschappen het hooren konden Lieve hemel, Hild, wat hebje een mooi vest aan dat had ik nog niet van je gezien jammer dat het fatsoen een paar modes ten achteren is.

hoewel een aardigheid te zeggen het alleruitmuntendste zou zijn, en er een schat van aardigheden mogelijk is, zoo is het evenwel bijzonder opmerkelijk, hoe weinig men er dikwijls op zulk een oogenblik bij de hand heeft.Zoodat de critische hoedeninspecteur gewoonlijk de voldoening heeft eene kleine verlegenheid te weeg te zien gebracht, welke hij met demonischen wellust geniet.

zesde, knort UEd.als zijn handen vuil zijn en zijn knie door de pijpen van zijn pantalon komt kijken maar hoe zal hij dan ooit vorderingen kunnen maken in t ootje-knikkeren of de betrekkelijke kracht van een schoffel en een klap leeren berekenen ik verzeker u dat hij nagelt, mevrouw een nagelaar is hij, en een nagelaar zal hij blijven wat kan de maatschappij goeds of edels verwachten van een nagelaar Ook draagt hij witte kousen met lage schoentjes dat is ongehoord.

Opmerkelijk is, tegen een der palen en daarenboven op een stok geleund, een gebrekkig man, niet zoo zeer een bedelaar, als wel een afwachter van aalmoezen een dier onsterfelijken, die de oudste Haarlemmers altijd even oud en altijd even beschadigd, daar gezien hebben.

nergens aan mogen komen, alsof men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook 12 maar stuk te gooien en te breken in de wereld was gekomen En dan het paaien met zoetigheid, als men zich juist gisteren te groot is begonnen te voelen voor koekjes tot den prijs van iets anders En dan de velerlei beschaamdzettingen, die men ondergaat, omdat iedereen gelooft dat een kind menig ding niet gevoelt dat hem toch diep gaat Waarlijk, waarlijk, men heeft in de maatschappij menig menschenschuw, bloohartig, en zenuwachtig wezen doen opgroeien, alleen doordat men het als kind te jong en te klein voor gevoel van waarde achtte.

krimpt toe, als het bedenkt wat er, ook van u, worden moet.Of zult gij, die daar beurtelings een frisschen beet uit een zelfden appel doet, in later jaren nooit gewaar worden dat het noodig is den appel in een hoek te nemen en alleen op te eten ja, de schillen weg te stoppen, en de pitten te zaaien voor uwe nakomelingschap En gij die daar geduldig 4uw sterker rug leent aan uw vlugger vriend, die zich op uwe schouders verheft om in den boom het spreeuwenest te zoeken, dat heel hoog ligt zal de ondervinding u de verdrietige wijsheid onthouden, dat het beter is zelf een ladder te krijgen, en zelf het nest uit te halen, dan een goeden dienst te doen en af te wachten óf en hoe men u zal beloonen Dat is de wereld.

school blijft altijd iets van het gevangenisachtige, en de meester, met en benevens al de ondermeesters iets van het vogelverschrikkende behouden.Dat gezegde van Van Alphen Mijn leeren is spelen wil er bij niet één kind in, zelfs niet bij de vlijtigste.

Hier, op dit wagenstel, in dit roode hok, zes voet hoog en zes voet diep, ligt hij.Ja, hij is het wel.Ik zweer u dat hij het is.Zijne pooten steken onder tusschen de traliën uit dat zijn leeuweklauwen.Zijn staart, die geesel schikt zich naar den rechthoek van zijn verblijf.

baatzucht, maar de deftige wetenschap heeft hen bijeenvergaderd.Zij staan hier niet te kijk, zij staan hier tot uwe onderwijzing.Hunne namen worden in eerbiedig Latijn genoemd.Zwijgend gaat men langs hunne rijen, met al het ontzag, dat men voor de dooden heeft.

enge, bekrompene hokken, achter die dikke tralies, in die slaafsehe, weerlooze, gedrukte, angstige houding, o een beestenspel is een gevangenis, een oudemannenhuis, een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken een hospitaal is het, een bedlam vol stompzinnigen.

zijne natuurlijke grootte ziet.Dit hok maakt hem kleiner hij is wel een voet gekrompen.Zijn gelaat is verouderd.Zijn oogen zijn dof geworden hij is suf het is een verloopen leeuw.Zou hij nog klauwen hebben Bedroevend schouwpel.

gingen Houtwaarts.Het was ruim één ure.Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd.De nachtegalen komen in t voorjaar, de vinken en lijsters in t najaar de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht.Zoo is het ook met de menschensoorten.

toch, de meester is zoo dik, en de ondermeesters zijn zoo lang, en hunne brillen en bakkebaarden zien er zoo onverbiddelijk uit, en de borden zijn zoo zwart, en de tafels zoo ongezellig, en de kaart van Nederland hangt zóó lang op dezelfde plaats, dat wij er de kleine scheurtjes en 7 inktvlekjes nog beter op weten aan te wijzen, dan de steden der toen was t nog 17 provinciën1.

meester zit er niet meer met slaapmuts en kamerjapon en een ontzettende plak in den katheder, en brengt ons niet langer door de verschrikkelijkheid zijner oogen en gebaren tot een punt van angst, waarin wij als de jongen van ouds zouden willen bekennen, dat wij zelf de wereld geformeerd hadden, maar t nooit weer zouden doen, liever dan het antwoord schuldig blijven op de eerste vraag van het vrageboek.

kinderen der woestijn zouden hunne broederen, zoo zij ze hier zagen, verachten en verloochenen.Berg dat zilveren potlood, steek die portefeuille op, gij teekenaar Maak hier geene schetsen.Gij hebt geene wilde dieren voor het zijn 16 er slechts de vervallen overblijfsels van zij zijn naar ziel en lichaam gekraakt.

gebeurde alzoo dat, als wij drieën om één uur de Houtpoort uittraden, wij noodwendig op hun terugtocht tegenkwamen de kleine winkeliers met de lange roksmouwen, de boekhouders met de watten, de hooghoedigen, de langpandigen, de langlijvigen enz.

Alles luid genoeg om verstaan te worden door de respectieve eigenaars van het mormel, de leelijke koppen, en den jongen heer.Er zat een statig man, wiens geluk half weg was, omdat hij in den morgen bloemen gezien hebbende in het Cieraad van Flora, bij het inkruipen van een enge broeikas, eenigszins aan een spijker was blijven haken.

dolgraag op een paardemarkt, en wandelt op de parade voor de tamboers uit, met den rug naar de mooie mannen toe.De Hollandsche jongen encanailleert zich lichtelijk, en noemt spoedig over uit een woordenboek, dat aan Hollandsche moeders niet bevalt maar hij heeft ook weinig aanmatiging jegens de dienstboden.

dergelijk gezelschap had mijn vriend Nurks, die in de universaliteit van den elfden deelde, dan gelegenheid gehad om zijn hart te luchten over den lastigen dikken weerga een oom van een der gasten, die altijd den Haarlemmer las als hij hem wou hebben, in de eene, en den onverdragelijken langen zwiep een vollen neef van een ander der aanwezigen, in de andere, die altijd pot maakte als hij pas begonnen was carambole te spelen.

ernst voor uw hoed op te nemen, is wat al te gek.Het met een hé, vindje dat af te laten loopen, verraadt volslagen gemis van tegenwoordigheid van geest.Te repliceeren met een hatelijkheid op des critici eigen hoed, is wat kwajongensachtig.

goede hemel zegene u allen, goede jongens, die ik ken, en rondom mij zie, en liefheb Hij doe u lang en vroolijk spelen, en als de ernst des levens komt, zoo geve hij u ook een ernstig harte daartoe Maar hij late u tot aan uw laatsten snik nog veel kinderlijke en jeugdigs behouden.

zoudt gij dan het eigenaardige van hunne houding kunnen raden Ze zijn hier als planten in een kelder zij verkwijnen zij zijn in een droevigen staat van ongevoel, een naren dommel verzonken.Zij sterven sinds maanden.Het licht hindert hen.Zij zien er dom, verstompt uit.